Het energieverlies

Door voedsel weg te gooien verspillen we niet alleen het feitelijke product, maar ook de hulpmiddelen en energie die erin zijn gestopt.

Ongeveer 30% van de beschikbare wereldwijde energie wordt verbruikt door voedselsystemen. Hiervan wordt 38% gebruikt voor de productie van voedsel dat wordt verspild of verloren (FAO, 2015). De productie van voedsel zorgt voor CO2-uitstoot in de atmosfeer, omdat we fossiele brandstoffen blijven verbranden en bossen blijven kappen. Bovendien komt er methaan vrij door de toenemende vraag naar vlees en het gebruik van vuilnisbelten, stikstofdioxide uit meststoffen en fluorkoolwaterstoffen door de koeling van producten.


Kun je het bijna niet geloven?

  • Voor de productie van de meer dan 60 miljard kilo aan voedsel dat jaarlijks wordt weggegooid door winkeliers en consumenten in de VS is een hoeveelheid olie nodig die gelijkstaat aan meer dan 70 keer de hoeveelheid olie die verloren is gegaan bij de ramp met de Deepwater Horizon in de Golf van Mexico: 3,19 miljoen olievaten (Bloom, 2011)
  • Met de energie die wordt verbruikt om de 24,4 miljard pond aan zuivelproducten te produceren die jaarlijks wordt weggegooid in de VS, zou de hele wereld voor één dag van energie kunnen worden voorzien (Cuellar & Webber, 2010)
  • Landbouw, bosbeheer en ander grondgebruik (AFOLU) is verantwoordelijk voor iets minder dan een kwart (~10–12 GtCO2eq/jr) van alle menselijke uitstoot van broeikasgassen, vooral te wijten aan ontbossing en landbouwemissies door het beheer van vee, grond en nutriënten (Smith et al. & IPCC, 2014)


Waar hebben we eigenlijk energie voor nodig bij het produceren van voedsel?

Wereldwijd wordt er 30% van alle beschikbare energie verbruikt door de agrifoodketen, waarvan er meer dan 70% wordt geconsumeerd buiten het landbouwbedrijf (FAO, 2018; Gao et al., 2017; Vermeulen et al., 2012)

Moderne landbouw vereist energie in alle fasen van de landbouwproductie, zowel direct als indirect:

  1. Directe energie: irrigatie, oogsten en telen, verwerking, opslag en transport
  2. Indirecte energie: verwijst naar de benodigde energie om hulpmiddelen te produceren, zoals machines, apparaten, minerale meststoffen en chemische bestrijdingsmiddelen (herbiciden and insecticiden)



Waar halen we deze energie vandaan en wat is er aan de hand met deze energiebronnen?

Niet-hernieuwbare energiebronnen, ook wel bekend als fossiele brandstoffen, zijn steenkool, olie en natuurlijke gassen. Bij het verbranden of vrijkomen van deze brandstoffen worden er broeikasgassen geproduceerd die een negatieve invloed hebben op de natuurlijke systemen van onze aarde. Bovendien is het boren en ontginnen van fossiele brandstoffen op de korte en lange termijn schadelijk voor ons milieu (UCS, 2019; NRDC, 2018).

Zonlicht passeert de atmosfeer en verwarmt het aardoppervlak voordat het weer terug in de ruimte wordt gekaatst (NASA, 2019)Een deel van die warmte wordt vastgehouden door broeikasgassen in de atmosfeer. Dit wordt het broeikaseffect genoemd en maakt de aarde bewoonbaar. 

Menselijke activiteiten, met name de verbranding van fossiele brandstoffen, hebben echter tot een toename in de vrijgekomen broeikasgassen in de atmosfeer geleid (NASA, 2013; NRDC, 2018), waardoor die laag dikker wordt en overmatige warmte wordt vastgehouden. Dit zorgt voor opwarming van de aarde. Naar schatting zal de temperatuur tussen 2030 en 2052 1,5°C stijgen (IPCC, 2018; Bloomberg, 2015).



Hoe draagt voedselverspilling bij aan dit probleem?

Er komt ruim 70 miljard ton minder broeikasgassen vrij in de atmosfeer als we voedselverspilling weten terug te dringen (Frischmann, 2018). Als de hedendaagse voedselsystemen niet veranderen en de wereldwijde landbouw gedwongen wordt om de productie met 70% te verhogen om te voldoen aan de verwachte vraag, zal de uitstoot van broeikasgassen toenemen met 30% (FAO, 2014)

Voedselverspilling is verantwoordelijk voor 8% van de totale wereldwijde uitstoot van broeikasgassen; dit staat gelijk aan 3,3 gigaton CO2 (FAO, 2013) of 4,4 gigaton CO2 met de verandering van grondgebruik meegerekend (FAO, 2015). Dit betekent dat het aandeel van voedselafvaluitstoot ongeveer gelijk is aan het wereldwijde wegtransport (IPCC, 2014) en dat maakt voedselafval de derde grootste uitstoter ter wereld, als het een land was (FAO, 2015).


Koolstofdioxide-uitstoot

  • Broeikasgasemissies worden vaak berekend in CO2-equivalenten (WWF, p.12, 2012)
  • Eén ton organisch afval genereert 4,2 ton CO2 (Power Knot, 2012)
  • Fossiele brandstoffen worden verbrand om faciliteiten van elektriciteit te voorzien en transportmodi binnen het voedselsysteem van brandstof te voorzien. Hierdoor wordt CO2 uitgestoten in de atmosfeer (Sonesson et al., 2009)
  • De koolstofvoetafdruk van een voedselproduct is de totale hoeveelheid broeikasgassen die in de gehele levenscyclus wordt uitgestoten. Producten hebben verschillende levenscycli en daardoor uiteenlopende koolstofintensiteiten. Vlees en granen zijn 'klimaatgevoelige producten', omdat ze de grootste milieu-impact hebben van alle producten (Notarnicola et al., 2017; FAO, 2015)


Een bijkomend probleem: Verbranding van bossen voor landbouw

Uitgestrekte bossen worden gekapt en verbrand om de grond te kunnen gebruiken voor fokkerijen, landbouw en monoculturen. Een groeiende boom absorbeert CO2 en zet dit om in suiker, plantenvezels en hout. De boom fungeert daarnaast als koolstofput waarin koolstof wordt opgeslagen. Deze koolstof komt dan vrij tijdens de rot of verbranding van de boom…

  • Als bomen worden verbrand, wordt er meer CO2-uitstoot gegenereerd per energie-eenheid dan fossiele brandstoffen (Hanson & Ranganathan, 2017)
  • 'Kappen en afbranden' in de landbouw zorgt voor meer luchtvervuiling en de uitstoot van koolstof in de atmosfeer. Bovendien leidt het tot aanzienlijke bodemerosie en bijbehorende grondverschuivingen, watervervuiling en/of stofwolken (Ecologic Development Fund, 2019)
  • Minder verspilling zorgt ook voor minder ontbossing voor extra landbouwgrond en 44,4 gigaton minder uitstoot (Project Drawdown, 2017)



Methaanuitstoot

  • 22% van het vaste stadsafval op vuilnisbelten is voedsel. Dit is meer dan alle andere materialen in ons dagelijkse afval. (EPA, 2015). Op de vuilnisbelt is het voedsel bedekt onder bergen restafval en gaat het rotten en verteren door de warme en zuurstofarme omstandigheden
  • Dankzij hun organische aard en hoge vochtigheidsgraad rotten voedselresten sneller dan andere organische stoffen. Een onevenredig groot deel van het methaan dat in de eerste jaren wordt geproduceerd op vuilnisbelten wordt dan ook veroorzaakt door voedselresten (Gunders, 2012)
  • Methaan op vuilnisbelten is circa 28 keer krachtiger (houdt meer warmte vast in de atmosfeer) dan CO2 in de levenscyclus van 12 jaar (Global Methane Initiative, 2019)
  • Als voedselresten verwijderd werden van vuilnisbelten, zou de broeikasgasvermindering gelijk zijn aan een vermindering van een vijfde van alle auto's op de Britse wegen (WRAP, 2011)
  • Circa 25% van de door de mens veroorzaakte klimaatopwarming wordt veroorzaakt door methaanuitstoot (Environmental Defense Fund, 2019)


Een bijkomend probleem: Vleesproductie

  • ‘s Werelds top vijf vlees- en zuivelbedrijven zijn samen nu verantwoordelijk voor meer jaarlijkse uitstoot van broeikasgassen dan Exxon, Shell of BP (GRAIN & IATP, 2018)
  • De wereldwijde voedselproductie heeft een aandeel van 29% in de door de mens veroorzaakte broeikasgasuitstoot, terwijl veehouderijen verantwoordelijk zijn voor 14,5% (inclusief de productie van zuivel en vlees, verwerking, voederproductie, opslag, mestbeheer en transport) (FAO, 2013; Heinrich Böll Stiftung & Friends of the Earth, 2014)
  • Een deel van de energie van het voer gaat verloren als methaan (FAO 2006); circa 44% van de emissies in de sector zijn methaan  (FAO, 2013) 
  • 25% van het wereldwijde landgebruik, de verandering van landgebruik en ontbossingsemissies worden veroorzaakt door rundvleesproductie (WWF, 2019)
  • Er worden circa zeven voetbalvelden aan land per minuut platgereden om meer ruimte te creëren voor vee (Laurance et al., 2002).  De meer dan 90% van het Amazoneregenwoud dat sinds 1970 is ontbost wordt gebruikt voor vleesproductie (The World Bank, 2004)
  • De wereldwijde vleesproductie is de afgelopen 50 jaar in hoog tempo toegenomen; het is verviervoudigd tot vervijfvoudigd sinds 1961 (OurWorldInData, 2014)
  • Vleesverspilling heeft de grootste negatieve impact op ons milieu (University of Missouri, 2015) - van de 352 miljoen ton geproduceerd in 2018 is 21% verspild. Dit komt neer op 74 miljoen ton (BCG, 2018)
  • Hoewel vlees met 5% een relatief klein aandeel heeft in de wereldwijde voedselverspilling (BCG, 2018), heeft het een grote impact op klimaatverandering met een bijdrage van ruim 20% aan de koolstofvoetafdruk van de totale voedselverspilling (FAO, 2013)
  • Het is moeilijk te geloven dat oprispingen, winden en ontlasting van vee enige wereldwijde atmosferische invloed kunnen hebben, maar het is een groot probleem: er zijn ongeveer 1,5 miljard koeien op aarde die ieder circa 120 tot 220 liter methaan per dag uitstoten (Wolf et al., 2017)


“Wereldwijd worden er bijna 12 miljard dieren geboren om vervolgens verspild te worden”

  Oakeshott & Lymbery, 2014



Stikstofdioxide-uitstoot

  • Verbranding heeft de grootste impact (5,5 keer groter dan anaerobe vergisting en 2,5 keer groter dan vuilnisbelten), vooral te wijten aan de emissie van stikstofdioxide (Tian et al., 2017)
  • CO2 is de meeteenheid voor klimaatverandering. In het kader daarvan staat één ton in de atmosfeer uitgestoten methaan (bijvoorbeeld door vee) gelijk aan 34 ton CO2-uitstoot. Aan de andere kant staat één ton stikstofdioxide gelijk aan 298 ton CO2 (Grace & Barton, 2014)
  • Stikstofdioxide heeft dus 300 keer zoveel vermogen om warmte vast te houden als CO2 (Mole, 2014)
  • De vastgehouden energie gedurende de levenscyclus van vast afval dat wordt verbrand in verbrandingsovens kan in kaart worden gebracht. Dit is de hoeveelheid energie die wordt gebruikt voor het inkopen, produceren en transporteren van materialen voor consumptie. Zo kan het netto energieverlies worden vastgesteld (ILSR, 2018)
  • Bedrijven en steden moeten er dus van bewust zijn dat het verbranden van afval op welke manier en in welke vorm dan ook niet bijdraagt aan zero waste en echte duurzaamheidsdoelen ondermijnt (GAIA & the Tishman Environment and Design Center, 2017)
  • Zelfs Denemarken, dat sterk afhankelijk is van verbranding voor de productie van elektriciteit en op dit moment tot 80% van zijn organische afval verbrandt, heeft besloten om verbranding langzaam uit te bannen en te vervangen door zero waste-alternatieven (The Danish Government, 2013)


Een bijkomend probleem: Meststoffen 



De emissie van fluorkoolwaterstof

  • Koolwaterstoffen zijn door de mens geproduceerde gefluoreerde gassen die worden gebruikt in koelingen en koelkasten (Frischmann, 2018) om bederfelijke etenswaren over langere afstanden te kunnen transporteren 
  • Koolwaterstoffen zijn ontwikkeld als alternatieven voor de ozonafbrekende stoffen die onder het Montreal Protocol worden uitgefaseerd (UNEP, 2019; Fisher & Wilson, 2017)
  • De meest overvloedige koolwaterstof is 1430 keer schadelijker voor het klimaat dan CO2 per doseereenheid (Climate & Clean Air Coalition, 2019) en de uitstoot van koolwaterstoffen neemt ieder jaar met 10-15% toe. 
  • Naar schatting moet 40% van het wereldwijd geproduceerde voedsel via koudeketens gekoeld worden (Meneghetti & Monta 2014)
  • Uit onderzoek blijkt dat er ieder jaar 360 miljoen ton bederfelijke voedselproducten verloren gaan door onvoldoende gebruik van koeling (International Institute of Refrigeration 2009); 23% van de voedselverspilling in ontwikkelingslanden wordt veroorzaakt door het gebrek aan een koudeketen, terwijl meer dan 50% van het verspilde voedsel een langere houdbaarheid zou hebben als er een koudeketen aanwezig was


Een bijkomend probleem: Afstanden

  • In de tweede helft van de 20e eeuw is de globale stadspopulatie verdrievoudigd en voor het eerst in de menselijke geschiedenis werd de helft van de mensen geclassificeerd als stadsbewoners. In 2050 zal naar schatting twee derde van de wereldpopulatie in stedelijke gebieden wonen (FAO, 2017)
  • We kopen voedsel overal ter wereld in en maken steeds minder gebruik van landbouwgrond. Veel producten zijn het hele jaar verkrijgbaar dankzij de inkoop in verschillende landen waar ze in verschillende seizoenen beschikbaar zijn (FAO 2015)